maandag 25 maart 2013

Strip over gemeenteraad

In 2010 waren de laatste Gemeenteraadsverkiezingen. Voorafgaande aan deze stembusgang werd er nagedacht over het grote aantal Gemeenteraadsleden die er, gedurende de zittingsperiode, de brui aan gaven.
Het idee ontstond om een ondertekst strip (zoals Toonder's Koning Hollewijn of Bommel) te maken die via de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) gedistribueerd zou worden naar plaatselijke media.
Op deze wijze zou er een breed publiek kennis kunnen maken met het reilen en zeilen van de gemeenteraad en hopelijk zouden nieuwe kandidaten een beter inzicht krijgen wat het Raadswerk zoal inhoud (wie denkt dat het saaie materie betreft heeft het grondig mis - ook de strip was komisch maar zeker ook spannend van opzet). De tijd die er nodig was voor een dergelijk project was echter te kort en jammer genoeg bleef het idee liggen. Toevallig kwam ik vandaag een stripverhaal tegen dat in september 1974 begon in dagblad de Telegraaf. Het handelde over een fictieve Gemeenteraad. Hoewel anders van opzet deed de strip me wel terugdenken aan het idee waar we aan werkten in 2010. Hiernaast een inleiding alsook de eerste aflevering uit 1974.
Ondertussen begint het idee weer te kriebelen. mijn mailformulier; http://www.kleurplaten.info/index.php/contact

 

zondag 24 maart 2013

Webwalking 009

Jawel; we krijgen er lol in... bloggen is voor ons ook een beetje het veiligstellen van de inhoud van de "afbeeldingen" mappen.  U zult niet al te veel privé gereutel vernemen maar we vertonen exhibitionistisch gedrag als het gaat om oud of recent "eigen werk". Hoe gaat het nu met het fenomeen Internet? Het is het medium van dit moment en niets wijst er op dat daar op korte termijn verandering in komt. Daar moeten we ons op richten maar het blijft een zaak van en-en. Andere media hebben hun positie niet verloren.
Voor wie goed kijkt is het aantal mogelijkheden om zich te presenteren alleen maar toegenomen. Er lagen nog nooit zo veel verschillende titels in de tijdschriftenwinkel. Op internet hebben we al meerdere keren met succes een strip op maat verzorgd. Momenteel zijn we bezig met de totstandkoming van een e-book maar ook maken we nog steeds animatie. Kortom: We leven in een tijd met vele mogelijkheden.



Het is voor een creatief haast onmogelijk om werkloos aan de kant te zitten. Dat doen we dan ook niet.
Tot zover de beschouwende webloopjes. Het is een verkenning geweest die moest leiden tot een antwoord op de vraag "Waarom bloggen?". Na 10 jaar gaan we er dus gewoon mee door... omdat het leuk is om te doen.




zaterdag 23 maart 2013

Lost in Time? (Wat de Tijd deed met Leo en Lea)

Omdat ik de blogs van



vrijdag 22 maart 2013

De verkenners1: Nieuwe media

Kranten die met de komst van het Internet vrezen voor hun toekomst, de Publieke Omroep die ondanks de bezuinigingen zijn publieke taak moet blijven vervullen en programmamakers die hun functie proberen te herdefiniëren: de tendens is duidelijk, de media zijn in beweging. Bij de eerste bijeenkomst van De Verkenners op 4 maart is filosoof en journalist Rob Wijnberg te gast, die een nieuw journalistiek platform ontwikkelt en in zijn nieuwe boek De Nieuwsfabriek een pleidooi houdt voor een nieuwe vorm van journalistiek. Met in het panel o.a. Irene Costera Meijer, hoogleraar Journalistiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Wouter Bax, hoofdredacteur van NU.nl en Geert Mak, historicus en journalist.


maandag 18 maart 2013

Alles verdwijnt

Geen juffrouw die inkomende zaken afhandelt. Sinds de komst van de computer is alles en iedereen wegbezuinigd. Ik denk zelfs dat de verdwijning van deze schitterende rijdende kiosken er mee te maken hebben (al kloppen de data niet bij die gedachte).
  

Hokjes


Stripmakers....
 Is het de hokjesgeest?
 

vrijdag 15 maart 2013

Met uw welnemen - interview met Marten Toonder uit 1972

Nu we het Toonderjaar achter ons hebben en de weblog nieuw leven is ingeblazen wordt het tijd om wat interviews met Marten Toonder onder het stof vandaan te halen. Deze keer betreft het een interview uit 1972  (of was het 1969 zoals een oplettende lezer beweerd?). Ik hoop dat u de lees-moeite ontstaan door het ingewikkelde knip en plak werk voor lief wilt nemen. Met uw welnemen;

(ook) in 1972 verscheen de documentaire "Een eenvoudige doch voedzame maaltijd". De documentaire schetst een portret van schrijver en striptekenaar Marten Toonder, bekend van de strips Olivier B. Bommel en Tom Poes, Kappie, Panda en natuurlijk Koning Hollewijn.
Met als achtergrond het prachtige Ierse landschap, voert Frank Wiering gesprekken met Toonder over de Ierse geschiedenis het bijgeloof van de Ieren, de onzichtbare wereld van de fantasie, de betekenis van leven en dood, de karakters van zijn stripfiguren en de wijze waarop zijn strips tot stand komen.


woensdag 13 maart 2013

Webwalking 008

Alweer een maand aan het bloggen en nog niet een reactie mogen verwelkomen; de tijden zijn veranderd. Waar in het begin van deze eeuw gebruikelijk was om op internet te reageren op elkaars activiteiten is de grote stilte (op het blogvlak) ingevallen. Ik had het er al eerder over maar kan het nu door een gebrek aan cijfers en een goed geheugen staven.


Het is overigens geen kwestie van een "verdwenen gebruik" hoor, het is slechts verschoven naar platforms die een hoog "Veel geblaat maar weinig wol" gehalte hebben. De bijna voorspelbare neuzelarij op veel fora's of (en dat is nog erger) sociale media (wat een benaming). Zelden heb ik grotere beuzelarij voorbij zien razen dan op deze gemeenplaatsen. Ja, ik doe er zelf aan mee hoor. Dat betekend dus dat ik geloof in het medium mits je er goed gebruik van maakt. Het doet me giechelen als ik weer eens zie dat krentenwegers de krentenwegers volgen. In de beroepsgroep waar deze blog over handelt zie je dat vaak gebeuren. Blij met 50 volgende collega's. Heel goed Dames en Heren! Al mijn colleges waren parels voor de zwijnen. Ho wacht! Ik hou er rekening mee dat ik onduidelijk sprak toen ik het u uitlegde of dat u de vuist op tafel te gewelddadig vond en u uw zinnen verzette op eigen verzinsels. Helaas voor u kwamen die op het zelfde neer door de kopieer cultuur waar we ons in bevinden en we weten met elkaar: "beter een goeie kopie dan een slecht origineel" maar helaas; uw conculega's zijn doorgaans niet uw klanten.
De niet ingevoerde lezer zou nu kunnen denken dat stripmakers niet wars zijn van enige onnozelheid. Dat kan ik niet ontkennen maar ik haast me er aan toe te voegen dat wanneer men een stripmaker in het egchie ontmoet er sprake is van een gemoedelijke sfeer en heeft onnozelheid wel iets vertrouwds.
Het zich online begeven is gewoon niet hun sterkste punt (ik weet natuurlijk dat ik generaliseer). Moeten ze ook niet te veel doen zeggen sommigen; dat leidt maar af van het echte werk. Dat hele internet is sowieso een beetje raar medium (u ziet; ik schrijf een andere kant op); Ik gelppf dat het toegepast wordt als de stoomafblazende fluit van de fluitketel. De geschokte mens kruipt achter zijn of haar tiktablet, zoekt een klaagsite op en deponeert gegriefd zijn/haar woordenstroom in een post. Klaar! het is gezegd - Kwalijk als internet deze functie vervult. Geef me dan maar de telefoon aan (nee ik Skype niet!).

dinsdag 12 maart 2013

Fred Julsing 12/3/1942 - 15/1/2005

 Deze blog schreef ik in 2005 kort nadat ik het bericht ontving dat Fred Julsing waarmee ik een intensief mailcontact onderhield overleden was.
 
Fred Julsing werd op 12 maart 1942 geboren in Den Haag. Fred's vader was kunstschilder en maakte in 1946/1947 zelf beeldverhalen . Voor Fred Julsing was tekenen een levensbehoefte. Al op jonge leeftijd maakte hij een soort tekenfilms en het lag voor de hand dat Fred een kunstopleiding zou gaan volgen. Het probleem dat hij 15 jaar was (en dus 3 jaar te jong voor de opleiding) werd na het zien van zijn tekenwerk weggepoetst door de directeur van de Vrije Academie Den Haag. Julsing is begin jaren '60 gaan werken bij de Toonderstudio's. Na een periode The Tjong Khing geassisteerd te hebben (student Tijloos), hielp hij Jan Wesseling met de productie van Koning Hollewijn. Na een paar maanden in de productie te hebben meegedraaid werd Julsing vriendelijk doch dringend gevraagd om thuis te gaan werken. Hij heeft nooit begrepen waarom dat precies was maar hij nam deze mogelijkheid met beide handen aan. Iedere vrijdag bracht hij de studio's een bezoek om het werk dat hij die week gemaakt had af te leveren en nieuw te tekenen opdrachten mee te nemen.



 In die periode was Julsing al zelfstandig schetser van Toonder- producties als Panda (PV 77 en PV 78) en Kappie (KV 96 en KV 97). Eind 1963 werd Julsing bij een reorganisatie ontslagen bij de Toonderstudio's. Nadat Julsing enige tijd illustraties en tekstverhalen had gemaakt voor Autovisie besloot hij om het na ruim een jaar nog eens te proberen bij Toonder. Het werk dat hij liet zien was voor Toonder aanleiding hem op de Tom Poes strip te zetten en zo werd Julsing Toonders meest naaste medewerker van dat moment. De eerste Tom Poes strip die Julsing schetste was het verhaal "De Labberdaan" (voor de liefhebbers bekend als BV 110 dat verscheen vanaf 14 april 1965). Julsing bleef Tom Poes en Heer Bommel tekenen t/m het verhaal "De Waarde-ring" (BV 134 van 18/1/1971 t/m 4/3/1971).


 Naast aan de productie van de Tom Poes dagstrip werkte Julsing ook aan het tekenwerk voor het project "Tom Poes en de Toverfluit" (op tekst van Harry Geelen); de Tom Poes weekstrip "De kleine groene mannetjes" in het weekblad Donald Duck (1969) en "Tom Poes en de Wiekschieters"(1970) in Arts en Auto; een reclamestrip voor Alete Moolenaar kinder- en babyvoeding (op tekst van Andries Brandt en Patty Klein).

 Eind jaren '60 was Julsing al begonnen om naast aan de Tom Poes strip ook aan eigen strips te werken.

Zo verschenen er strips als Onnistman (1967), Klinsklansklandere van de ene bil op de andere (1968), De Marketingmachine of hoe het produkt Bin van de ondergang werd gered (1969), De Culturele revolutie van voorzitter Janneman (1970) en nog een aantal andere strips voor de bladen Baljuw en Ariadne.

 In 1970 maakte Julsing een strip over het natuur- mannetje Komkommertje en Martien.











Deze strip had Julsing opgezet in de geest van Jean Dilieu's Paulus de boskabouter . De Toonderstudio's wilden de distributie van de strip verzorgen en verkochten hem aan Dagblad de Telegraaf. Maar dat was tegen de zin van Fred. De Telegraaf was nu juist een blad waar hij niet in wilde publiceren. De deal (wekelijks 4 pagina's voor de kleurenbijlage) werd afgeblazen en de strip werd als Gagstrip verkocht aan Journaal 2000, een huis aan huis reclameblad dat in een oplage van 1 miljoen in de grote steden werd verspreid. De strip werd niet wat Julsing er van verwacht had. Julsing liet in 1976 voor het blad Striprofiel (Maarten J. de Meulder) hetvolgende optekenen: "Uiteindelijk hebben ze de zaak aan Journaal 2000 verpatst, maar wat werd opgezet als een vervolgstrip, waardoor je je steeds dieper in zo'n bomenwereld kunt verplaatsen, werd een eenmaandelijkse Gag-strip. Kun je nu geloven, dat niets gebeurd, voordat de tijd daar is? // Ik wilde een wereldje toegankelijk maken. Mijn Wereldje in prachtige tekeningen en leuke verhaaltjes. Maar dat ei kon ik niet kwijt. Of was het nog geen ei; alleen maar een beginsel ervan? Ik vond het niet tof." 

In 2001 schreef Fred Julsing onder de titel "'n vaste betrekking" een uitgebreid artikel over zijn tijd dat hij werkzaam was voor de Toonderstudio's. Klik hier om het artikel te lezen en te bekijken. Vervolgens laat Julsing zijn talenten los op het stripblad PEP (Pordios wat een blad!) 
Toen de stripbladen Pep en Sjors opgingen in Eppo was er in dat blad geen plek meer voor Julsing strips. Wel maakte hij de mascotte en een strip voor Oberon's nieuwe maandblad Baberiba. Helaas is dit blad nooit verder gekomen dan het 0 nummer.



Tussen 1972 en 1985 maakte Julsing prachtig werk voor Malmberg, de uitgeverij van bladen als Primo, jippo, Okkie en Taptoe. Strips als "Robinson", "De Schat van het landje", "Witte's Dagboek" (later voortgezet in het weekblad Donald Duck), Sloom, Sloom en Snel en tal van korte strips.

In het Sjors en Sjimmie weekblad publiceerde Julsing de Wortels van War. Een strip waar hij diep voor is gegaan. Met Piet Zeeman heeft hij geprobeerd een vervolg te maken maar dat liep vast.


In 1993/1994 verscheen Julsing's laatste (wat korte reclamestripjes en voorbeelden in vakbladen uitgezonderd) gepubliceerde strip "Pietsie en Pop en de Zonen van O" in het blad Taptoe. Julsing verhuisde van de Betuwe naar Californie waar hij in een mooie omgeving met Kay een gelukkig leven leide. Hij probeerde er een nieuwe Dagstripvorm op te zetten en was lang in gesprek met een Nederlands Dagblad over de publicatie ervan. Helaas haakte het Dagblad in een vergevorderd stadium af en heeft het grote publiek nooit kennis kunnen nemen van dit initiatief. Ook toen Julsing wist van zijn ziekte bleef hij onverdroten doorgaan met schrijven, illustreren en schilderen. Op 15 januari 2005 is Fred Julsing overleden.

Ik vond Fred Julsing een bijzonder mens. Ik heb hem leren kennen als een aardige man die zijn best deed om je vooruit te helpen en je werk, vragen en opmerkingen altijd serieus nam en dat is wat waard. Als tekenaar bewonderde ik hem in hoge mate. Sommige van zijn verhalen kwamen na een denderend begin niet helemaal uit de verf maar hij was de eerste om die mening te delen (zeker als het de verhalen uit zijn Pep periode betrof ). Maar natuurlijk waren er ook verhalen die ik erg bewonderde. De schat van het landje, de sprookjes, Witte's Dagboek en de Wortels van War waren verhalen die ik altijd erg mooi heb gevonden en nog vind. .



© erven Julsing / Toondercompagnie